maandag 20 juni 2016

Waar blijven de WMO-gelden?

50PLUS wil graag weten of de WMO-gelden bij gemeentes worden gebruikt waar ze voor bedoeld zijn. Daarom stuurt Wout Jansen, fractievoorzitter van 50PLUS in de provincie Flevoland, een WOB-verzoek naar alle 6 gemeenten. Op die manier wil 50PLUS controleren of de gemeenten zich wel houden aan de afspraken. Dan zal ook duidelijk worden of de recente rechterlijke uitspraken worden nageleefd.

In veel steden lopen inmiddels diverse juridische procedures hieromtrent. De Statenfractie van 50PLUS is van mening dat de door het Rijk ter beschikking gestelde WMO-budgetten aan gemeenten, ook ten volle hieraan besteed moeten worden. Met de overschotten zouden eventuele bezuinigingen teruggedraaid kunnen worden, zodat er weer maatwerk geleverd kan worden. 
Om een goed overzicht te verkrijgen hoe het nu precies financieel en beleidsmatig zit bij de Flevolandse gemeenten heb ik als fractievoorzitter, namens de Provinciale Statenfractie, bij de zes gemeenten in Flevoland per afzonderlijke brief en op grond van de Wet Openbaar Bestuur (WOB) hier onderstaande vragen over gesteld.

Op basis van dit uitgangspunt wordt een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur gedaan en wordt het college van Burgemeester en Wethouders verzocht de volgende 13 vragen over de besteding en een eventueel overschot van het WMO-budget 2014 respectievelijk 2015 te beantwoorden.

  1. Welk bedrag heeft uw gemeente in het kader van het deelfonds sociaal domein/WMO-gelden in 2014 en respectievelijk in 2015 van het Rijk ontvangen?
  2. Wat is het totaal bedrag in 2014 en respectievelijk 2015 aan de WMO besteed?
  3. Heeft uw gemeente een overschot in 2015 van het WMO-budget? Zo ja, hoe hoog is het bedrag?
  4. Welke analyse ligt volgens u ten grondslag aan het overschot in 2015 van het WMO-budget?
  5. Heeft u dit overschot geoormerkt als toekomstig te besteden WMO-budget? Zo nee, gaat u dat wel doen en onder welke voorwaarden?
  6. Hoeveel cliënten hebben in 2014 en respectievelijk in 2015 in het kader van de WMO ondersteuning ontvangen, dit tevens verdeeld naar diensten en producten?
  7. Hoeveel aanvragen tot indicatie om in aanmerking te komen tot WMO heeft u in 2014 en respectievelijk in 2015 ontvangen?
  8. Hoeveel van deze aanvragen hebben geleid tot het afgeven van een indicatie tot het verlenen tot de toegang van de zorg op basis van de WMO?
  9. Hoeveel indicatie aanvragen zijn door u afgewezen en op basis van welke gronden?
  10. Hoeveel afgewezenen zijn bij u in bezwaar gegaan en tegen welk besluit uwerzijds én hoeveel zijn hiervan door u gegrond verklaard?
  11. Hoeveel indicaties huishoudelijke hulp zijn in 2014 en respectievelijk in 2015 verleend en hoeveel uren zijn hier in totaal gemiddeld per aanvrager verstrekt in 2014 en respectievelijk in 2015?
  12. Met welke zorginstanties heeft uw gemeente respectievelijk in 2014 en 2015 contracten afgesloten en welke zorgproducten en -diensten zijn in deze contracten opgenomen?
  13. Wat en welke bedragen heeft u letterlijk in uw jaarrekening 2015 verwoord met betrekking tot de WMO?