maandag 14 mei 2018

Fractie 50PLUS stelt vragen over Openbaar Vervoer


Om de oordeelsvormende commissievergadering efficiënt en doelmatig te laten verlopen, stuurt 50PLUS u hierbij vooraf aan deze vergadering enkele politiek inhoudelijke vragen, zodat de gedeputeerde en commissieleden zich daarop goed kunnen voorbereiden. 


Vragen tbv Commissie Economie 16 mei 2018
Met de voorgestelde bestuurlijke afspraken over instemmingsrecht voor het college van B en W krijgt Lelystad een zwaardere adviesrol dan steden als Zwolle, Arnhem of Nijmegen die alle ook stadsvervoer hebben. Voor deze steden blijft de adviesrol beperkt tot een ambtelijke, namelijk deelname in de ontwikkelteams van de betreffende concessies.



Vraag 1
Kan het college van GS concreet maken wat de 'zwaardere' adviesrol van de gemeente Lelystad zal inhouden?

De gemeente Lelystad heeft in de afgelopen tijd zowel ambtelijk als bestuurlijk aangegeven meerwaarde te zien in voortzetting van de situatie waarin zij gedelegeerd opdrachtgever is van het stadsvervoer in Lelystad.  De vigerende concessie heeft immers geleid tot grote tevredenheid onder de Lelystadse reizigers, sluit qua verbindingen en reistijden goed aan op het streekvervoer en de NS.

Vraag 2

  • Eerbiedigt het college van GS de stellingname en de uitgesproken constateringen en bevindingen van de gemeenteraad Lelystad die bij een breed aangenomen motie is aangenomen, zoals onder andere:
  • De constatering dat de vervoersstromen in Zwolle en Arnhem van een andere orde is dan Lelystad en dus niet met elkaar te vergelijken zijn;
  • Het voor de gemeenteraad onwenselijk is dat de provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel het lokaal openbaar vervoer gaan bepalen;
  • De constatering dat de huidige concessie goed verloopt en het tarief per dienstregeling uur is beduidend lager dan in een grotere concessie en dit zal leiden tot geldverspilling van gemeenschapsgeld;
  • Het wenselijk is dat de gemeenteraad van Lelystad bij een nieuwe concessie openbaar vervoer directe en volledige invloed behoudt op het Programma van Eisen, het bestek, de gunning, de dienstregeling, lijnvoering, sociale veiligheid, (duurzaam) materieel personeel en dergelijke, zoals dit ook bij de huidige concessie tot stand is gekomen.


Vraag 3
Volgens de fractie van 50PLUS heeft de Concessie Stadsdienst Lelystad vanaf 2022 als deze onderdeel gaat uitmaken van de nieuwe concessie IJssel-Vecht geen enkele meerwaarde omdat de vigerende concessie stadsdienst Lelystad volledig voldoet aan de in de Nota van Uitgangspunten genoemde 'Kernboodschap'.

  • Is het college dit met de fractie van 50PLUS eens? Zo nee, waarom niet en waar blijkt dat aantoonbaar en cijfermatig uit?


Vraag 4
Stel dat de gemeenteraad Lelystad op hetzelfde standpunt blijft staan, is het college van GS het met de fractie van 50PLUS eens, dat gelet op de ontstane situatie in Lelystad, dat de besluitvorming bij beslispunt 1 over het toevoegen van Lelystad aan de concessie zou moeten worden uitgesteld en dat er eerst opnieuw op overeenstemming gericht overleg met het nieuwe college van B&W gevoerd zou moeten worden?

Vraag 5

  1. Zat de heer Fackeldey nog als wethouder in het college van B&W Lelystad, waarin werd besproken het besluit van GS om Provinciale Staten voor te stellen om, in aanvulling op de voorliggende Nota van Uitgangspunten, het stadsvervoer Lelystad, na afloop van de lopende concessie voor dat stadsvervoer in 2021, toe te voegen aan de concessie IJssel-Vecht?
  2. Heeft gedeputeerde Fackeldey als wethouder op enigerlei meegesproken en/of invloed gehad in het college(besluit) van B&W bij de totstandkoming van de informatienota voor de gemeenteraad Lelystad samenvoeging concessies? Zo ja wanneer?
  3. Heeft Gedeputeerde Fackeldey mede ingestemd als collegelid van B&W Lelystad op de Zienswijze Ontwerp Programma Mobiliteit & Ruimte collegebesluit, Kenmerk U17-105913 8 november ingediend bij GS zoals onderstaande samenvatting?
  4. Heeft de gedeputeerde nog steeds dezelfde mening als toentertijd als wethouder in het college van Lelystad zoals verwoord in onderstaande samenvatting zienswijze onder de punten C, D en E?


Zienswijze B&W Lelystad op Ontwerp Programma Mobiliteit & Ruimte (samenvatting)
A) In het concept Programma Mobiliteit & Ruimte staat dat er een verkenning gaande is naar een andere concessie-indeling van het busvervoer in Flevoland, Gelderland en Overijssel.
B) Het is denkbaar dat dit leidt tot veranderingen in de concessies IJsselmond en Lelystad en tot veranderingen in de taakverdeling tussen de provincie en de gemeente Lelystad.
C) Wij zien geen meerwaarde in een samenvoeging van de concessie Lelystad met Overijssel en Gelderland. Juist een kleine concessie als die van Lelystad biedt kansen voor innovatie en vergroten van de kosteneffectiviteit.
D) Samen met de provincie Flevoland en de gemeente Almere is de gemeente Lelystad onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam en medeondertekenaar van het convenant tot verbetering van de onderlinge samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam. 
E) Wij voelen ons verbonden met de Amsterdamse regio en beogen daarmee, ook ten aanzien van het openbaar vervoer, het versterken van de samenwerking.
F) Het bevreemd ons daarom dat in het concept Programma Mobiliteit & Ruimte, ondanks de vele nieuwe mobiliteitsambities, voor de periode tot en met 2021 geen nieuwe middelen zijn opgenomen en ook tussen 2021-2027 een groot deel van de beschikbare middelen al vastligt.
G) Wij dringen erop aan dat in het Programma Mobiliteit & Ruimte middelen worden opgenomen om deze ambities te realiseren en financiële ruimte wordt vrijgehouden om de nodige flexibiliteit te behouden.
H) Het concept Programma Mobiliteit & Ruimte biedt geen inzicht in de kosten van projecten en evenmin in de beschikbare financiële middelen van de provincie voor mobiliteit.
I) Omdat deze financiële programmering in het p-MIRT wel werd geboden, dringen wij erop aan dat het Programma Mobiliteit & Ruimte nog een dergelijke uitwerking krijgt.
J) Dit zou passen bij de transparantie die we samen (zouden moeten) voorstaan, en die gevraagd wordt vanuit de Omgevingswet en de aangepaste Wet BDU Verkeer & Vervoer.
K) Vanuit het Programma Bereikbaarheid van, naar en in de MRA en de MRA Actieagenda is een aantal acties en opgaven geformuleerd waarvoor in het concept Programma Mobiliteit & Ruimte slechts beperkt middelen zijn opgenomen.
L) Voor de realisatie van deze ambities beperken de provinciale middelen zich tot en met 2021, uitgezonderd de snelfietsroute tussen Lelystad en Lelystad Airport, helaas vooral tot nader onderzoek en inventarisatie.
M) Wij pleiten er daarom voor om voor fietsinfrastructuur en OV-knooppunten op korte termijn meer middelen beschikbaar te stellen voor de doorontwikkeling van Lelystad Centrum als openbaar vervoer knooppunt